Rotterdam en de genocide in Soedan
Lees hieronder onze schriftelijke vragen:
In Soedan voltrekt zich een van de grootste humanitaire rampen van deze tijd. Sinds 2023 voeren twee gewelddadige militaire machten, het regeringsleger (SAF) en de door de Verenigde Arabische Emiraten gesteunde militie RSF, oorlog over controle en winst, terwijl het Soedanese volk de prijs betaalt. Mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International, de Verenigde Naties en Human Rights Watch beschuldigen de RSF van etnische zuiveringen en genocide, vooral in Darfoer, een voortzetting van het geweld dat daar sinds de jaren 2000 al duizenden levens heeft geëist.
Miljoenen mensen zijn op de vlucht, terwijl honger, ziekte en gebrek aan water en medische zorg levens eisen. De VN waarschuwt dat Soedan afstevent op de grootste hongersnood ter wereld. Buitenlandse machten zoals de Verenigde Arabische Emiraten dragen bij aan dit geweld door het bewapenen, financieren, en politiek ondersteunen ervan, terwijl de internationale gemeenschap grotendeels toekijkt.
Rotterdam heeft als wereldhaven directe en indirecte economische relaties met bedrijven en staten wereldwijd. Dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee: om te voorkomen dat gemeentelijke middelen, handelsstromen of dienstreizen bijdragen aan regimes die betrokken zijn bij oorlog, bezetting en genocide.
De fractie van BIJ1 Rotterdam heeft daarom de volgende vragen aan het college:
- Is het college op de hoogte van de huidige humanitaire situatie in Soedan, en van de recente bevindingen over de rol van de Verenigde Arabische Emiraten bij mensenrechtenschendingen en mogelijke genocide, zoals gerapporteerd door onder meer Amnesty International, Human Rights Watch en de Verenigde Naties?
- Kan het college een inventarisatie uitvoeren om te achterhalen of de gemeente Rotterdam directe of indirecte banden heeft met staten, bedrijven of instellingen die bijdragen aan of profiteren van de oorlog en genocide in Soedan?
- Is het college bereid het beleid aan te passen als uit de inventarisatie blijkt dat Rotterdam op enige wijze verbonden is met staten, bedrijven of instellingen die medeverantwoordelijk zijn voor de oorlog en genocide in Soedan?
- Kan het college aangeven of er in het verleden dienstreizen zijn gemaakt naar landen die betrokken zijn bij of profiteren van de oorlog in Soedan, zoals de Verenigde Arabische Emiraten, en of het bereid is deze banden kritisch te herzien en dergelijke reizen in de toekomst stop te zetten?
- Hoe kan Rotterdam bijdragen aan noodhulp voor de bevolking van Soedan, bijvoorbeeld door steun te verlenen aan Soedanese gemeenschappen, lokale initiatieven en organisaties die zorgen voor voedsel, water en medische hulp?
- Is het college bereid bij het Rijk aan te dringen op een versnelde en zorgvuldige asielprocedure voor Soedanese vluchtelingen, gezien de ernst van de situatie en het risico dat mensen worden teruggestuurd naar onveilige gebieden?
Met strijdbare groet,
Rotterdam BIJ1